Wereldwijd werken aan water

Dagje mee

Schoon water voor iedereen – Catarina Fonseca, econoom bij ‘denk- en doetank’ IRC, werkt eraan. ea. loopt een dagje met haar mee. “Een publicatie is bij ons geen eindproduct. Dan begint het pas."

Afbeelding: 


Fonseca tijdens haar studie aan het ISS

Naam Catarina Fonseca
Leeftijd 42 (Geboren in Portugal)
Studie Economie (Lissabon, 1992 – 1996), Master Rural and Agricultural Development (ISS, Erasmus Universiteit, 1998 – 1999), Promotie (Cranfield University, UK, 2014)
Carrière Projectmanager voor INDE, Intercooperação e Desenvolvimento (1997-1999). Vanaf 2000 werkzaam bij het IRC, van 2008-2012 als directeur WASHCost (een programma van 14 miljoen euro ‘to find out the true cost water and sanitation services’, waaraan op het hoogtepunt meer dan honderd wetenschappers verbonden waren, bekostigd door de Bill & Melinda Gates Foundation), vanaf 2012 hoofd van het internationale programma en sinds 2014 ook directeur Watershed: empowering citizens (een strategisch partnerschap met Simavi, Wetlands International, AkVO en het Ministerie van Buitenlandse Zaken ‘to build the capacity of civil society for lobby and advocacy’).

Van alle waterleidingen, pompen en toiletten die in ontwikkelingslanden worden aangelegd, is 40 procent binnen een paar jaar buiten werking. Er ligt voor miljoenen aan infrastructuur, maar mensen hebben nog steeds dorst. Deze absurde context is nodig om het werk van Catarina Fonseca, econoom bij ontwikkelingsorganisatie IRC, te begrijpen.

IRC doet onderzoek naar wat er misgaat, wat er nodig is om de boel dan wel structureel te onderhouden, en wat dat kost (Fonseca geldt als een van dé experts op dit gebied). Het is een kleine organisatie, gevestigd in Den Haag, met wereldwijd ongeveer tachtig medewerkers.

Catarina Fonseca (Portugal, 1974) is hoofd van het internationale programma en directeur van Watershed: empowering citizens, een strategisch partnerschap op het gebied van lobby en advocacy met een budget van 16 miljoen euro. Het doel: schoon water voor iedereen, overal, altijd.

Fonseca’s werkgebied strekt zich uit van Burkina Faso tot Laos en van Colombia tot India. Als we een paar weken eerder met haar op pad waren gegaan, hadden we nu op een pruttelend bootje op Lake Nyasa gezeten, de enige manier om die ene afgezonderde gemeenschap in Tanzania te bereiken. Maar vandaag hebben we afgesproken op Rotterdam Centraal Station.

8.01 uur

“Eigenlijk houd ik niet van de Sprinter”, grinnikt Catarina Fonseca, terwijl we de stoptrein richting Den Haag Centraal instappen. Ze installeert zich op een van de blauwe stoelen en plant haar roze Susan Bijl-tas (met yogaspullen, voor vanavond) tussen haar voeten.

Fonseca zegt het met een glimlach die een groot vermogen tot zelfreflectie en zelfspot verraadt. Het is ook een manier om zichzelf voor te stellen. Zo van: ik heb mijn eigenaardigheden. Dat ze geen ochtendmens is bijvoorbeeld. Een andere: dat ze er nog nooit in geslaagd is om – op de fiets – te stoppen voor het stoplicht zonder haar voeten op de grond te zetten, om vervolgens, steunend op het paaltje, op het knopje te drukken. Iets wat Nederlanders volgens haar tot in de puntjes beheersen. Fonseca (ze woont nu bijna twintig jaar in Nederland): “Als me dat ooit lukt, is mijn integratie geslaagd.” Ze spreekt overigens  geen Nederlands, wel Engels, Frans, Spaans en Portugees.

‘Al die verschillende tijdzones; word ik weer om vier uur ’s nachts uit mijn bed gebeld’

8.20 uur

“We brengen geld, infrastructuur en mensen bij elkaar”, legt ze uit, terwijl de trein Rijswijk passeert. Een groot deel van haar tijd zit ze te rekenen om data te analyseren. Misschien vindt ze dat wel het allerleukste om te doen. Naast haar werk deed ze ook promotieonderzoek.

Maar om iets te veranderen, moet het onderzoek op de juiste plaatsen gebruikt worden. Dat betekent lobbyen, advocacy. En de bedachte oplossingen worden ook echt in de praktijk gebracht, samen met lokale overheden, bedrijven en ngo’s. In de woorden van Fonseca: “We zijn een think and do tank.

De donors, variërend van buitenlandse Zaken tot de Bill & Melinda Gates Foundation, meten succes vaak nog steeds af aan het aantal mensen dat toegang tot water en toiletten krijgt, merkt Foncesca. Maar als je je bezighoudt met governance wordt je werk niet direct omgezet in een groei van het aantal succesvolle aansluitingen.

“We zijn hier echt heel goed in, maar onze efficiency is hard to sell. Natuurlijk hebben we indicatoren – het aantal publicaties, de hoeveelheid projecten, de overheden die door ons anders zijn gaan werken. Maar het kan verleidelijker zijn om je geld te investeren in een ngo die leidingen aanlegt, ook al weten wij inmiddels dat een deel van de kranen over een paar maanden alweer droogstaat.”

8.56 uur

Het IRC-kantoor ligt tussen Den Haag Centraal Station en het Haagse Bos, in een verzamelgebouw dat onderdak biedt aan nog een handvol organisaties die zich bezighouden met waterzaken. Het is een kantoor als vele andere: sober, donkergrijze vloerbedekking, flexplekken en archiefkasten – alleen de kleurrijke foto’s aan de muur illustreren het echte werkveld van IRC. De meeste bureaus zijn verlaten. Het echte werk gebeurt buiten, waar je bovendien altijd je kantoor bij je hebt: een laptop en een Skype-verbinding zijn genoeg.

9.22 uur

Overleg via GoToMeeting, met een Nederlandse consultant die in Tanzania gestationeerd is. Fonseca zit in een van de vergaderkamers (die namen hebben als The Pit, The Box en The Source). Ze heeft haar laptop aan het grote scherm gehangen, en scrolt gelijk met de consultant door het Excellbestand dat alle verzamelde data van haar recente bezoek bevat. In welke mate de aanwezige waterpunten functioneren bijvoorbeeld. En hoe de lokale overheidsmensen en technical engineers het onderhoud georganiseerd hebben.

Een groot probleem: de door lokale organisaties aangeleverde cijfers zijn vaak onvolledig, verouderd of gewoon onjuist. “Ik zie hier een enorme tegenstrijdigheid”, zegt Fonseca. “Hoe kan het dat deze cijfers zo hoog zijn?”

9.46 uur

Kennismaking met een nieuwe medewerker, financial controller Connie Janse. Geduldig legt Fonseca de gang van zaken binnen IRC uit, en vertelt ze wat ze van Janse verwacht. Verder: “Ik ben er heel vaak niet, maar je kunt me altijd bereiken. Via mail of Whatsapp is het handigst. Dan heb je binnen een paar uur een reactie.”

Als we de kamer uitlopen: “Ja, ik zeg het maar even. Want met al die verschillende tijdzones is bellen vaak niet handig. Word ik weer om vier uur ’s nachts uit mijn bed gebeld.”

10.32 uur

Functioneringsgesprek met een van haar teamleden. Fonseca: “Ik probeer een zo goed mogelijke manager te zijn door vaak met mensen te praten en goed naar ze te luisteren. Er zijn mensen die dit soort dingen als verplichte kost zien, maar ik vind het een heel bijzonder onderdeel van mijn werk.”

11.41 uur

Als kind wilde ze al meer doen voor de wereld. Ze vertelt het in een grote, maar lege gemeenschappelijke ruimte. Ze herinnert zich dat ze, ze was een jaar of twaalf , zich in het hoofd had gehaald om een bedrijf op te zetten met het doel de winst aan de disadvantaged te geven. Uit een beroepentest kwam architectuur, maar ze koos voor economie.

En dan dat reizen. Ze komt uit een heel hechte familie. Ze glimt als ze vertelt over de ‘tafels vol met eten’ en de ‘very strong women’. Wereldburgerschap was vanzelfsprekend. Haar opa en oma woonden achtereenvolgens in Angola, Mozambique, Goa (India) en Macau (China). En haar vader ging na zijn diensttijd als programmeur aan de slag voor luchtvaartmaatschappij TAP, waardoor Fonseca als student, tot haar vijfentwintigste, gratis kon vliegen. “Ik ben altijd op zoek. Naar andere plekken, nieuwe mensen.”

Na haar studie economie in Lissabon – ze zat via het Erasmus-programma al een half jaar voor uitwisseling in Finland – werkte ze voor een Portugese ngo die zich inzette voor vrouwen in de sloppenwijken (‘kun je nagaan, toen had Lissabon nog slums’).

Maar het begon al snel te kriebelen, waarna een tweejarige Master Rural and Agricultural Development volgde aan het Haagse Institute of Social Studies – sinds 2009 onderdeel van de Erasmus Universiteit. Ze vond het geweldig. “Ik was een heel formele vorm van onderwijs gewend: gestructureerd, grote hoorcolleges, maar dit was iets totaal anders. We zaten aan ronde tafels, er werd heel veel gediscussieerd, op hoog niveau en ik had studiegenoten van over de hele wereld. Die ik nog steeds zie trouwens.”

‘Bij ISS zaten we aan ronde tafels; er werd heel veel gediscussieerd, op hoog niveau’

11.57 uur

Wederom een virtuele vergadering, met een consultant die ooit stage liep bij IRC en met het hoofd WASH-management bij vluchtelingenorganisatie UNHCR. De opstart duurt wat langer omdat een van de mannen in een Londense taxi zit en inbelt via Skype, terwijl de ander binnenkomt via GoToMeeting vanuit Genève.

“Dit gebeurt heel soms”, zegt Fonseca. “Dat je tien minuten bezig bent voor je verbinding hebt.” Ze laat een stilte vallen en lacht. “Oke, het gebeurt best vaak.”

12.41 uur

Langzaam druppelt The Source, de grootste vergaderkamer, vol met mensen. Ze halen broodtrommels tevoorschijn of hebben soep gehaald in het restaurant beneden. Elke week lunchen ze zo samen, terwijl iemand uit het team zijn of haar project toelicht. Live aan tafel of, zoals nu, via de enorme tv aan het hoofd van de tafel. Vandaag is de beurt aan een collega die met Unicef onderzoek deed in Ethiopië.

Terwijl Fonseca met stokjes haar meegebrachte lunch naar binnen werkt (‘ik heb doordeweeks geen tijd om te koken, dat doet mijn man’), vertelt de projectleider – vanuit Polen – over het niveau van dienstverlening in kleine, lastig bereikbare Ethiopische plaatsen.

Bijna iedereen die op het kantoor in Den Haag is, is aangeschoven. Het zijn er negen, en nog eens zoveel mensen hebben ingebeld van over de hele wereld, maar ze zijn met elkaar in discussie alsof iedereen hier aan tafel zit. Na afloop van de presentatie zijn er vragen, en opbouwende kritiek.

“We moeten steeds weer op zoek naar de beste manier om ons verhaal te vertellen. Want ik weiger om anno 2016 nog aan te komen met dat poverty porn-verhaal: dat zielige kindje bij de waterput.”

13.48 uur

Op weg naar de presentatie van een Frans bedrijf dat een idee heeft hoe heel Afrika duurzaam voorzien kan worden van water op het platteland. De bijeenkomst vindt plaats in het karakteristieke gebouw van het ministerie van Buitenlandse Zaken, aan de overkant. Fonseca wordt van alle kanten begroet. We staan zeker tien minuten in de rij voor de identiteitscontrole.

14.05 uur

Zeventien mensen in een congresopstelling, waarvan het grootste deel man, blank en vijftigplus. Van de drie vrouwen zijn er twee van IRC (daar werken veel vrouwen omdat ze volgens Fonseca ‘gewoon betere cv’s hebben’). De belofte van de Fransen: water voor 1 dollar per kubieke meter, 15 jaar werkend en elk euvel wordt binnen 72 uur gefixt.

‘Ik weiger om nog aan te komen met dat poverty porn-verhaal: dat zielig kindje bij de waterput’

15.23 uur

“We zijn altijd sceptisch”, zegt ze terwijl we de Bezuidenhoutseweg weer oversteken. “Vooral als iemand met de ultieme technische oplossing komt. Maar je moet het toch serieus nemen. Dat is sowieso de kunst in dit vak: zowel de naïviteit als het cynisme vermijden. Een geniale formule bestaat niet: social change takes time.

Als het even moeilijk is, denk ik altijd aan mensen die grote dingen bereikt hebben. Ze deden er lang over en moesten er ontzettend hard voor werken. Ik ben een pessimist, maar ik kies ervoor om een optimist te zijn.” Ze lacht. “Omdat ik dan meer gedaan krijg. En omdat het leven leuker is.”

15.35 uur

Communicatieoverleg met onder anderen CEO Patrick Moriarty en hoofd communicatie Vera van der Grift.

17.18 uur

Ze vindt het geweldig werk, vertelt ze, maar vraagt zich ook met regelmaat af: is dit de plek waar ik het meest invloed kan uitoefenen? “Dan denk ik: volgens mij wel. Er zijn een aantal dingen waar mijn bloed echt van gaat koken. De enorme ongelijkheid. Het gebrek aan water en hygiëne in grote delen van de wereld, terwijl dat voor ons zo normaal is. En mensenhandel. Maar als ik daar iets tegen zou willen doen, had ik advocaat moeten worden.”

18.41 uur

De trein terug naar Rotterdam, ditmaal de intercity. Ze leunt achterover in haar stoel. “Weet je wat ik het lastigste vind aan dit werk? De enorme ongelijkheid waarmee je geconfronteerd wordt. Dan sta ik ’s ochtends in een dorpje in Mozambique bij een familie die mij smeekt om medicijnen tegen malaria en diarree. Echte ultra poverty, non-cash economies. En later op de dag kom ik bij een ambassade waar ze letterlijk alles in huis hebben wat je maar kunt wensen: eten, wijnen, verse salades, fruit, enorme zwembaden.” Ze zucht. “Dan moet ik echt tegen mezelf zeggen: niet cynisch worden, keep it real.”

Hoe ze dat doet? “De waarheid vertellen.” Ze kijkt fel. “Altijd, even though it pisses off a lot of people. En verplaats jezelf in de situatie van een ander. Blijf iemand zien als mens, waar je ook bent. Iedereen heeft behoeftes, ambities – if you can connect with that, you can deliver change.”

‘De kunst in dit vak: zowel de naïviteit als het cynisme vermijden. Een geniale formule bestaat niet: social change takes time.’

TEKST – Geert Maarse studeerde Bedrijfskunde (2006) aan de Rotterdam School of Management, Erasmus University (RSM) en Algemene cultuurwetenschappen (2008) en de master Media & Journalistiek (2009) aan de Faculteit der Historische- en Kunstwetenschappen (nu Erasmus School of History, Culture and Communication – ESHCC).

FOTOGRAFIE – Sanne van der Most studeerde Privaatrecht aan de Erasmus School of Law. Ze studeerde af in 1999.