‘De oer-Rotterdammer was een migrant’

Wetenschap in de praktijk

Een boer die in de dertiende eeuw naar het westen trok om een dam in de Rotte te leggen: de definitie van migrant. Paul van de Laar, bijzonder hoogleraar Geschiedenis van Rotterdam, ziet patronen.

Afbeelding: 

NAAM: Paul van de Laar
CARRIERE: Van der Laar maakt deel uit van Erasmus Migratie & Diversiteit Instituut (EMDI). Hij is samen met Peter Scholten en Maurice Crul redacteur van het boek Rotterdam City of Migration, dat volgend jaar verschijnt.

‘Veel mensen zeggen dat de migratie zoals we die vandaag meemaken, uniek is in de geschiedenis. Maar de vraag die ik als historicus stel is: is dat wel zo? De geschiedenis van Rotterdam is namelijk één grote migratiegeschiedenis. Dat begon al rond 1270, toen boeren een dam in de Rotte legden. Deze oer-Rotterdammers kwamen uit allerlei regio’s en waren dus migranten. In de eeuwen daarna kwamen steeds golven nieuw­komers naar Rotterdam. Deze migran­ten maakten binnen een of twee generaties deel uit van de kernbevolking. Bij een volgende migratiegolf zeiden zij over de nieuwkomers: ‘Wat komen die mensen in onze stad doen?’ Ook dat is van alle tijden.

Ooit was ‘anders’: katholiek

Anderen brengen daar tegenin: het verschil met vroeger is dat er anno 2017 veel meer moslims bij zijn. Maar toen katholieke Brabanders in de negentiende eeuw in het protestantse Rotterdam kwamen wonen, waren Rotterdammers bang dat de grote katholieke gezinnen de stad over zouden nemen. En dat ze niet loyaal zouden zijn aan de koning, maar alleen aan de paus. Hetzelfde wordt vandaag over bijvoorbeeld Turken gezegd: ze nemen de stad over en zijn loyaal aan Erdogan.

Kortom, als je de grote vragen van dit moment in historisch perspectief plaatst, helpt dat de gemeente Rotterdam om betere beleidsvragen te formuleren én de kennis over de stad te vergroten. Om selectief winkelen in de geschiedenis te voorkomen, is het zaak dat er goed historisch onderzoek plaatsvindt. Daarbij let je op overeenkomsten én verschil­len met migratie uit het verleden en de vraag: hoe verklaar je die?

Aanpakkers

Het gebrekkige historische besef in Rotterdam laat zich overigens deels verklaren door het bombardement van de stad: het verleden is niet zichtbaar. Maar het bekende leidmotief dat ervoor in de plaats kwam, is hilarisch. ‘Niet lullen maar poetsen’ en ‘mouwen opstropen en vooruit’ zijn juist historische metaforen. Ze verwijzen naar het migratieverhaal van de voormalige Gelderse, Brabantse en Zuid-Hollandse boeren die de havens aanlegden en de werkstad maakten.’

TEKST: Sjoerd Wielenga
FOTO: Jochem Sanders

Paul van de Laar