‘Eigenlijk is het niets anders dan alle fratsen overboord gooien’

Wetenschap in de praktijk

Weg met die focus op high-tech. In sommige landen is er veel meer behoefte aan uitgeklede – soms zelf low-tech – producten. Hoogleraar Peter Knorringa over de belofte van frugal innovations.

Afbeelding: 

NAAM: Peter Knorringa
LEEFTIJD: 57
STUDIE: Bedrijfseconomie, Universiteit van Amsterdam, Ontwikkelingseconomie,Vrije Universeit Amsterdam
FUNCTIE: Hoogleraar Private Sector and Development, International Insitute of Social Studies (ISS)

 

Eigenlijk is het niets anders dan alle fratsen overboord gooien. Neem een gemiddelde smartphone. Natuurlijk: op feestjes is het superleuk dat je er in slow motion HD-filmpjes mee kunt maken. Maar in het dagelijks gebruik onmisbaar? Nee, zegt Peter Knorringa. Als hij het zijn studenten vraagt, blijkt het gros van hen nog geen twintig procent van de mogelijkheden van hun telefoon te benutten. Terwijl ze wel betalen voor die overige tachtig procent. ‘Als je dat er allemaal uit sloopt, houd je een heel simpel en robuust apparaat over.’

Achterop de fiets
Peter Knorringa doet vanuit het Centre for Frugal Innovation in Africa (CFIA), waar hij academisch directeur is, onderzoek naar de potentie van frugal innovations. De letterlijke ­vertaling van frugal is sober, zuinig. Een product dat goedkoop te produceren is en liefst niet stuk te krijgen. Knorringa somt een aantal voorbeelden op: een onbreekbare thermo­meter, een ECG-apparaat voor hartfilmpjes dat je achterop de fiets kunt vervoeren en een set plug and play-zonne­panelen waarmee je een paar huishoudens in de middle of nowhere van stroom kunt voorzien. ‘Veel van deze producten kunnen maar één ding, maar doen dat wel heel goed.’ Frugal innoveren is erg populair. Bedrijven als General Electrics en Philips hebben zich vol overgave op de ­ontwikkelende markt gestort, ook omdat ze op het Afrikaanse continent een enorme groei verwachten. ‘Als het gaat om medische technologie, zie je dat Philips enorme investeringen doet. Er is ook in ontwikkelingslanden een middenklasse aan het ontstaan en bedrijven willen vooraan staan ­wanneer dat gebeurt.’

Oppikken en opschalen
Het CFIA is ontsproten uit de strategische samenwerking die de Erasmus Universiteit aanging met Leiden en Delft. Het is een ideaal huwelijk, zegt Knorringa. Leiden (sterk in humanities en Afrikastudies) schetst de context, Delft (industrieel ontwerpen, civiele techniek) bouwt het product en Rotterdam (bedrijfskunde en ontwikkelingsstudies) bedenkt het businessmodel. Het centrum richt zich specifiek op Afrika. ‘Daar vind je de grootste armoede en de heftigste gevolgen van klimaatverandering. Wij hebben de indruk dat er in Afrikaanse landen heel veel lokale frugal innovaties zijn, maar dat die onvoldoende opgepikt en opgeschaald worden.’

Ongekend potentieel
De frugal vraag komt altijd neer op: wat heb je nu echt nodig? Maar die simpele vraag wordt niet altijd gesteld, ook in de landen waar deze innovaties het hardst nodig zijn. Er is een ongekend potentieel onder de lokale bevolking, zegt Knorringa. ‘Ik denk dat er heel veel mensen bezig zijn met innovaties die niet gezien worden, of niet serieus genomen worden. Als ik die mensen een steuntje in de rug kan geven, heb ik mijn werk als wetenschapper goed gedaan.’ 


TEKST: Geert Maarse
FOTO: Piet Gispen

Peter Knorringa over frugal innovations