‘Gender en migratie hebben alles met elkaar te maken’

Wetenschap in de praktijk

Mannelijkheid speelt in Nederland een heel andere rol dan in, bijvoorbeeld, de Hoorn van Afrika. Dat heeft gevolgen voor het zelfbeeld van migranten.

Afbeelding: 

NAAM: Karin Willemse
CARRIERE: UD Afdeling Geschiedenis, lid van IMISCOE 
Doet onderzoek naar migratie en geslachtsidentiteit

‘Gender-vragen zijn leidend in het debat over migratie, maar zo wordt het vaak niet gezien. Met name voor jonge mannen in Afrika geldt dat wie je wilt zijn en hoe je wilt leven, sturend zijn voor de risico’s die je wilt nemen ter bevordering van de sociale en economische vooruitgang van jezelf en die van je familie.

In veel Afrikaans landen zie je weinig jonge mannen in plattelandssamenlevingen. ­Ze werken in het leger, in de stad of zelfs in andere landen. In deze samenlevingen weten jonge mannen al decennia dat als je een vrouw, opleiding of werk wilt, je mobiel moet zijn. Want als je in je eigen rurale omgeving blijft, zijn je kansen om vooruit te komen nihil. Om een gerespecteerd man te worden, moeten deze jonge mannen trouwen en kinderen krijgen. Mobiliteit levert hen netwerken op: via via komen ze aan contacten, banen en dus geld.

‘Vrouwenwerk’

Maar veel mannen ervaren een ‘mannelijkheid in crisis’. Zij bevinden zich tussen twee werelden: ze willen niet meer het leven leiden van hun vaders en ooms, met taken als kamelen hoeden, gewassen verbouwen of vechten. Maar hoe kunnen zij, moderne jongens, dan respect krijgen als man? ­Ze staan ze met hun neuzen tegen de etalageruit van globalisering gedrukt. Ze willen weten: hoe gedraag je je als ‘modern’ persoon; hoe eet, drink, spreek, beweeg je je als je niet bent opgegroeid in een ‘moderne’ omgeving of geen opleiding hebt waarmee je werk kunt vinden in de stad? Alleen al het ondernemen van de reis naar Europa, de poging om hier hun geluk te beproeven, hoort bij het bewijzen van hun mannelijkheid.

Eenmaal in Europa blijken ze vaak een stuk minder succesvol dan hun familie in Afrika denkt. Ze doen ‘vrouwenwerk’, bijvoorbeeld schoonmaakwerk of vies ziekenhuiswerk. Dat durven ze niet toe te geven, want dat doet af aan hun mannelijkheid. Vaak leidt dat tot depressiviteit.

In mijn onderzoek richt ik me op deze jonge mannen, maar óók op de achtergebleven vrouwen en hun families. Hoe redden zij zich? Samen met andere universiteiten en organisaties in Italië, Spanje, Portugal en ook Ethiopië, Soedan en Senegal wil ik een geïntegreerd beeld krijgen van deze complexe materie.’

TEKST: Sjoerd Wielenga
FOTO: Jochem Sanders

Karin Willemse