‘Hard werken is niet vervelend’

De studententijd

In 1977 slaagde hij voor zijn artsenexamen aan het Erasmus MC. Sinds 2013 is hij rector magnificus van de Erasmus Universiteit. Hoe kijkt Huib Pols terug op zijn studententijd? En wat nam hij mee voor zijn latere carrière?

Afbeelding: 

OVER HUIB POLS
Huibert Pols (1952) (rechts op de foto) slaagde in 1977 voor zijn artsen­examen aan het Erasmus MC en promoveerde bij zijn alma mater. De hoog­leraar inwendige geneeskunde kwam in 1983 in dienst bij het toenmalige AZR Dijkzigt, nu het Erasmus MC. Vanaf 1 oktober 2006 was hij decaan van de faculteit der Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen (FGG) en vice-voorzitter van de Raad van bestuur van Erasmus MC. Sinds 8 november 2013 is Huibert Pols rector magnificus van de Erasmus Universiteit.

Een ontspannen, gezellige en plezierige tijd, waarin hij niet eens zo waanzinnig hard hoefde te werken. Dat is het eerste wat Huib te binnen schiet als hij terugdenkt aan zijn studentenjaren. ‘Geneeskunde is niet zozeer moeilijk, het is vooral volumineus,’ zegt hij. ‘Natuurlijk moest ik net als iedereen wel eens buffelen, maar leren ging mij redelijk gemak­kelijk af.’ 

Dat gaf hem de tijd om allerlei dingen naast de studie te doen. ‘Met een vriend woonde ik in een oude woning aan de Van Ooster­zee­straat in Rotterdam-West. Dat huis hebben we samen van onder tot boven verbouwd!’

Zijn belangstelling voor de wetenschap kwam pas later, vertelt Huib. ‘Tijdens mijn studie was ik heel actief in de JOVD, de liberale politiek. Daar maakte ik ook weleens ruzie met een oude senator en ik schreef soms opstandige stukken voor de krant. Het vrije denken, het nemen van eigen verantwoordelijkheid; die ideeën zaten toen – én nog – sterk in mijn systeem geworteld.’

'Mijn advies? Verdiep je niet alleen, verbreed je ook’

Lef en liefde

Zijn vrouw Lientje ontmoette Huib – toen een jonge twintiger – via de sociëteit. ‘Neerlands Hoop, een cabaretgroep uit die tijd, hield er een try-out voor een nieuwe show en Lientje deed de programmering. ​­​Ik reed toen in een Deux Chevaux en was gevraagd om reclame rond te rijden, met zo’n kartonnen bord op het dak. Ineens stapte er een meisje in. We hadden meteen een heel geanimeerd gesprek en later die dag vroeg ze mijn autosleutel, omdat ze thuis iets op wilde halen. Ik had krom gelegen voor die auto en was dan ook stomverbaasd dat ik mijn sleutel zomaar uit handen gaf. Binnen een jaar waren we getrouwd!’

Over die Deux Chevauxs gesproken, die Citroëns die ook wel bekend stonden als ‘lelijke eend’: daar handelde Huib in. ‘’s Nachts werkte ik als hulpverpleger in de Daniel den Hoed en overdag was ik ambulancebroeder. Met het geld dat ik verdiende, knapte ik oude modellen op. Die verkocht ik dan weer voor een paar honderd gulden.’

Overgave

‘Een tijdje geleden kwam ik toevallig mijn collegekaart van het eerste studiejaar tegen. Wat een broekie was ik! Was ik mezelf op de universiteit tegen het lijf gelopen, dan had ik gevraagd: ‘Weten je ouders wel dat je van huis bent?’ Hij lacht. ‘Nooit had ik toen gedacht het zover te schoppen. Dat is trouwens ook nooit mijn ambitie geweest. Internist worden, dat wilde ik met hart en ziel, maar verder had ik geen planning. Wel dacht ik elke vijf à zeven jaar: nu ga ik weer wat anders doen. Van de ene functie rolde ik in de andere – ik ben er nooit actief achterheen gegaan, maar ik heb mijn werk altijd met veel plezier en overgave gedaan.’

Had hij achteraf bezien iets anders willen doen?
‘Weet je, ik beschouw mezelf als een zeer gelukkig man. Ik ben al 42 jaar gelukkig ­getrouwd, heb twee geweldige zonen én ik heb een prachtige carrière gehad. Wat wil een mens nog meer?’ Hij denkt even na. ‘Maar misschien had ik nog iets langer arts moeten blijven. Toen ik lid van de Raad van Bestuur van het Erasmus MC werd, hield dat op. Stoppen als arts was wel de grootste beslissing in mijn leven.’

Meteen de praktijk ervaren

Dat brengt hem op iets anders. ‘Ik heb nog steeds goed contact met mijn studiegroep. In september 2017 vieren we dat we allemaal veertig jaar arts zijn. Daarna is het voor mij trouwens afgelopen; dan raak ik mijn artsen­bevoegdheid kwijt.’

Hoe nam Huib zijn bevindingen als student mee in zijn toekomstige functies? ‘Als ge­nees­kundestudent stond het mij tegen dat colleges zolang focusten op basale theorie over biomedische wetenschap en anatomie – het duurde een eeuwigheid voordat je eens met de praktijk in aanraking kwam. Toen ik zelf hoogleraar werd, gaf ik colleges aan eerstejaarsstudenten aan de hand van echte casuïstiek. Later, als lid van de opleidingscommissie en daarna als decaan van het Erasmus MC heb ik me daar altijd voor ingezet.’

Teamplayers

Op de vraag wat Huib de huidige generatie studenten mee wil geven, hoeft hij niet lang na te denken.’Verdiep je niet alleen, maar verbreed je ook, via bijvoorbeeld minoren en exchangeprogramma’s. Ga geen uitdagingen uit de weg. In ons gezin leerden we: hard werken is niet vervelend. Ik ben ook heel onbevangen, heb altijd breder gekeken dan alleen mijn studie. Mede daardoor kon ik ook andere dingen gaan doen, later. Hier op de Erasmus Universiteit sturen wij aan op een T-shaped professional; een flexibele teamplayer van vele markten thuis. Of je nu in de wetenschap, het bedrijfsleven of als ambtenaar komt te werken; je zult het nodig hebben.’

Ga dus niet alleen als een nerd in de bibliotheek zitten, wil hij maar zeggen, maar zoek actief naar interactie met je peers, bijvoorbeeld via een studie- of studentenvereniging. ‘Zo heb ik het ook altijd gedaan. Besef dat je het nooit alleen kunt.’ En te druk? Geen excuus. ‘Er zitten 168 uren in een week. Je hebt best wat tijd over!’

TEKST: Carien van der Wal
FOTO'S: Jochem Sanders

Rector magnificus Huib Pols