‘Ik wil een vliegwielfunctie vervullen’

Development

Door tien promovendi uit Ethiopië met raad en daad te begeleiden, hoopt
Wil Hout de academische wereld daar te schragen. Het doel: brain drain een halt toeroepen. 

Afbeelding: 


NAAM:
Wil Hout
LEEFTIJD: 56 jaar
FUNCTIE: hoogleraar Governance and international political economy, International Institute of Social Studies

‘Tijdens bezoeken aan onze partneruniver­siteiten in verschillende Afrikaanse landen zie ik een chronisch tekort aan hoogopge­leiden die voldoende geëquipeerd zijn voor het verrichten van wetenschappelijk onder­ zoek, vooral doordat ze geen PhD hebben. Het overgrote deel van de staf heeft een master behaald, tegenover slechts tien pro­cent met een PhD. En juist het promotie­ traject is de opstap naar kwalitatief goed universitair onderwijs. ISS richt zich op sociale wetenschappen, maar ik heb het vermoeden dat het overal speelt aan uni­versiteiten op het Afrikaanse continent.

De talenten gaan voor het vervolg van hun academische carrière naar het buitenland en blijven daar ook vaak. Je ziet dus vooral een braindrain vanuit die universiteiten. Vooralsnog is het lokale onderwijssysteem te zwak om PhD­studenten op te leiden. Daarom dit initiatief.’

Migratie heeft een negatief narratief. Waarom is de situatie in veel Afrikaanse lan­den nog steeds zo beroerd dat mensen elders op zoek moeten naar een beter leven? Is het de schuld van de westerse wereld?

‘Er is inderdaad een scheve verdeling van de winst, door het weghalen van grondstof­fen in Afrikaanse landen tegen lage prijzen, zodat de bevolking in die landen niets heeft. Maar het probleem is veel structureler. Er is geen industriële revolutie geweest, zoals in Europa. Afrikaanse landen opereren grond­stof­-gedreven, en van alleen grondstoffen word je niet rijk. En de bevolkingsgroei op het Afrikaanse continent blijft onverminderd groot, over een paar jaar zijn er een paar miljard mensen. De demogra sche transitie die je in andere werelddelen ziet, speelt hier nog niet. Tel daarbij op dat autoritaire regimes vooral zichzelf verrijken.’

Educatie kan de ontwikkelingen een enor­me sprong voorwaarts zou geven. ‘Maar om instituties op te bouwen zijn er altijd goed opgeleide mensen nodig zijn. Het gat waarin academici vallen na het behalen van de mastersgraad is in veel Afrikaanse landen te groot. Het vliegwiel dat de training van staf en studenten op gang moet brengen, is te zwak. Men haakt niet aan bij internatio­ nale onderzoeken, er is te weinig doorstro­ ming van talent en toptalent verdwijnt naar het buitenland. Ook binnen Afrikaanse uni­versiteiten zie je patronen. Bij een instelling als de universiteit van Namibië bestaat een deel van de topstaf uit wetenschappers uit andere delen van Afrika. Je ziet hier dus een intra­Afrikaanse migratie. Het betekent dat die mensen niet in hun eigen land werk­ zaam zijn, maar vertrekken naar een rijker en stabieler land.’

Wat is uw uitdaging?

‘Ik wil proberen om die vliegwielfunctie te vervullen. Met een aantal goede Afrikaanse universiteiten proberen om PhD­plaatsen te creëren. Dat kan bij ISS in Den Haag zijn, in combinatie met training in het land van herkomst met begeleiding vanuit ISS. Ik zou, om te beginnen, tien PhD­studenten willen opleiden over een periode van vier jaar.

Aan de ene kant krijgen mensen hier hun basistraining, dan gaan ze terug naar de ei­ gen universiteit om hun onderzoek te doen. Onder begeleiding van lokale mensen, die eventueel ook gecoacht worden voor het begeleiden van PhD­studenten. Dan komen ze eventueel terug en dan zorgen we geza­menlijk dat ze het promotietraject afronden. Als onze pilot succesvol is, kunnen we uit­ breiden naar andere Afrikaanse landen. En andere faculteiten van de Erasmus Universiteit kunnen ons hierin volgen. Gezamenlijk bereiken we meer.

‘Als universiteit heb je de kracht om mensen samen te brengen’

PhD­training is in hoge maten geïndividua­liseerd. Als universiteit heb je de kracht om mensen samen te brengen. Een eerste jaar zou in Nederland bij ISS moeten plaatsvin­ den. Het jaar veldwerk kan in eigen land en dan in het derde en vierde jaar weer bij ISS. We hebben contact met twee universiteiten in Ethiopië. Traditioneel heeft het ISS ook relatief veel PhD­studenten uit Ethiopië gehad, waardoor we lokaal een goede naam hebben en veel mensen kennen die ons ingangen kunnen bieden.’ 

TEKST: Carien van der Wal
FOTO: Jennifer Remme

Interview met professor Wil Hout