‘Ik wil eraan bijdragen dat mensen gezond oud worden en genieten van hun leven’

Wetenschap in de praktijk

Emeritus hoogleraar Jan Hoeijmakers onderzoekt de invloed van DNA-schade op het ontstaan van allerlei vormen van dementie en op veroudering. Speciale doelgroep: kinderen die kanker hebben gehad.

Afbeelding: 

NAAM: Jan Hoeijmakers
LEEFTIJD: 67
STUDIE: Moleculaire biologie (Radboud Universiteit), PhD (Universiteit van Amsterdam)
CARRIERE: Emeritus hoogleraar en nu onderzoeker Department of Molecular Genetics Erasmus MC

 

U bent net met emeritaat, maar blijft nog wel onderzoeken. Hoe zit dat?
‘Ik moet vanwege mijn leeftijd met emeritaat. Maar dat geeft me de mogelijkheid me meer op onderzoek te richten. Ik leef er echt van op en ben gelukkig verlost van alle overleg­organen, vergadering zus, discussie zo, telefoontje hier, budgetbespreking daar. Op een bepaald moment ben je aan de beurt om zulke taken op je te nemen, maar ik ben primair onderzoeker en het is een verademing om nu weer gewoon onderzoek te doen. Ik wil me bijvoorbeeld bezig houden met kinderkanker, waarbij door de chemotherapie het verouderingsproces wordt versneld. We denken dat daar wat aan te doen is.’

Hoe bent u gefascineerd geraakt door ouderdomsziektes als dementie en Parkinson?
‘Toen ik in 1981 begon aan de medische faculteit, richtte ik me niet op veelvoor­komende verouderingsziekten bij oude mensen, maar op precies het tegenover­gestelde: uiterst zeldzame ziektes bij hele jonge kinderen met een erfelijke aandoening waardoor DNA-reparatie niet goed werkt. Sommige van die ziektes leidden tot kinder­kanker. Andere kinderen ontwikkelen zich niet fysiek en mentaal en worden niet ouder dan twaalf. Begin jaren tachtig wisten we als eersten een menselijk DNA-reparatie-gen te isoleren. Toen we wisten hoe, hebben we er een heleboel geïsoleerd, waaronder ook genen die bij die kinderen defect waren. In de jaren 2000 hebben we muisjes ­gegenereerd met dezelfde defecten als bij de kinderen. Wat bleek? Ze werden grijs, kregen een bochel, botontkalking en lever, nieren en hersenen verouderden razend snel. Bij nadere bestudering bleken de hersenen heel veel te lijken op die van patiënten met Alzheimer en Parkinson. Maar het kostte veel moeite om de buitenwereld ervan te overtuigen dat het echte veroudering en dementie was. De verouderingswereld geloofde er niets van dat onze muizen in drie tot vijf weken verouderden. In het blad Aging Cell is zelfs een spotgedicht over ons onderzoek gepubliceerd.’

‘Als je muizen die snel verouderen dertig procent minder laat eten, leven ze drie keer zo lang’

Hoe kunnen Alzheimer en Parkinson voorkomen worden?
‘Voor Alzheimer of Parkinson geldt: je wordt er niet mee geboren. Dat duurt minimaal veertig, vijftig jaar. De belangrijkste risicofactor is veroudering. We kunnen veroudering wél vertragen, bijvoorbeeld door dieet­restrictie. Als je de muizen die snel verouderen dertig procent minder laat eten dan normaal, leven ze drie keer zo lang. De achteruitgang van het zenuwstelsel wordt het meest vertraagd. Weinig eten zorgt er dus voor dat het lichaam geen prioriteit geeft aan groei, maar aan afweer en onderhoud, zodat je langer met je lichaam doet. En vooral je zenuwstelsel heeft er baat bij.’

Dus als ik op jonge leeftijd niet te veel eet, verklein ik de kans op dementie en Parkinson?
‘Ja, daar kun je nu al iets aan doen! Eet gezond, maar niet te veel. Je houdt jezelf langer gezond. In Japan leren kinderen om te stoppen met eten zodra ze genoeg hebben. Dat verklaart misschien waarom in Japan de mensen het oudst worden. Het is ook logisch om te matigen met eten. Vroeger moesten de mensen meer eten dan nodig als er eten was, om reserves op te bouwen voor het geval ze de dag erna niets zouden hebben. Maar nu doen we nog steeds alsof we morgen niets te eten hebben, terwijl dat niet zo is. Dus eten we voort­durend te veel. Ouderdomsziektes zijn deels welvaartsziektes. Die kun je niet helemaal voorkomen, maar wel uitstellen. Als ouderdomsonderzoekers werken we onder andere samen met het Erasmus MC-onderzoeks­instituut Ergo, dat ouderen in de Rotterdamse wijk Ommoord monitort. Zij zien de mensen met allerlei ouderdomsziekten, wij hebben muizen. We zouden een muis kunnen maken bij ziektes of afwijkingen die zij bij mensen in Ommoord ontdekken, om zo meer aan de weet te komen over hoe de ziekte ­ontstaat en wat we er tegen kunnen doen. Zo ging het immers ook bij de kinderen.’

Wat drijft u om na uw emeritaat nog steeds onderzoek te blijven doen?
‘Nieuwsgierigheid. En mijn grootste drijfveer is om ons onderzoek te kunnen vertalen naar meer welzijn en betere gezondheid bij mensen. In deze tijd zijn verouderingsziektes het grootste thema in de zorg, qua welzijn en geld. Het is belangrijk dat mensen gezond oud worden en genieten van hun leven. Ook wil ik kinderen die van kanker zijn genezen ervoor behoeden dat ze door de behandeling versneld verouderen. Als ik met mijn werk aan hun welzijn kan bijdragen, dan teken ik ervoor.’ 
 

TEKST: Sjoerd Wielenga
FOTO: Ruud Koppenol

Jan Hoeijmakers