‘Onderzoekers hebben jaren langs elkaar heen gewerkt’

Wetenschap in de praktijk

Hoe kun je de gezondheidszorg wereldwijd effectiever maken? Misschien scheelt het al enorm als je onderzoeksdisciplines op elkaar afstemt, stelt hoogleraar Johan Mackenbach.

Afbeelding: 

NAAM: Johan Mackenbach 
LEEFTIJD: 64
STUDIE: Geneeskunde
CARRIERE: Hoogleraar maatschappelijke ­gezondheidszorg, Erasmus MC

 

Johan Mackenbach, hoogleraar Maatschappelijke Gezondheidszorg aan het Erasmus MC in Rotterdam, doet onderzoek op het terrein van de sociale epidemiologie, de medische demografie en het gezondheidsbeleid. Ook is hij betrokken bij het Erasmus Initiative Smarter Choices for Better Health dat de ambitie heeft om wereldwijd bij te dragen aan betere gezondheidszorg door slimmere keuzes. Mackenbach is als onderzoeker betrokken bij twee pijlers: preventie en gezondheidsongelijkheid.

Hoe gaat u te werk?
‘Aan de EUR werken, bij verschillende faculteiten, heel veel onderzoekers op het gebied van gezondheid en gezondheidszorg. Jarenlang hebben die langs elkaar heen gewerkt. De economen werkten op Woudestein in het oosten van de stad en de medici op Hoboken in het westen van de stad. Nu gaan onderzoekers van Erasmus School of Economics, het Erasmus MC en Erasmus School of Health Policy & Management hun krachten en expertises bundelen.’

Waar moeten we bij preventie aan denken?
‘Nederlanders hebben zo’n twintig ongezonde gedragingen, zoals roken, te veel zitten en te weinig groenten en fruit eten. Laten we stoppen met roken als voorbeeld nemen. Uit onderzoek van gedragseconomen is bekend dat mensen weliswaar geneigd zijn om risico’s te vermijden, maar ook de neiging hebben om het hier en nu belangrijker te vinden dan de toekomst. Als je minder waarde hecht aan de toekomst, zul je minder snel met roken stoppen. Veel preventie­programma’s zijn echter gebaseerd op inzichten uit de gezondheidspsychologie en richten zich op andere ­aangrijpingspunten voor gedragsverandering. Bijvoorbeeld de ‘sociale norm’: mensen stoppen eerder met roken als hun vrienden anti-roken zijn. Ik hoop dat begrippen uit verschillende academische disciplines elkaar kunnen versterken, zodat we tot effectievere preventieprogramma’s komen.’

Wat merkt de samenleving ervan?
‘We willen in samenwerking met de gemeente Rotterdam met kleinschalige experimenten beginnen met proefpersonen die verschillende situaties krijgen voorgelegd. Bijvoorbeeld: ‘Stel dat u met vrienden die roken in een café zit en u heeft net besloten om te stoppen met roken. Wat doet u?’ Op die manier kun je het effect van de sociale norm onderzoeken. Een volgende stap is om de sociale norm in een schoolklas of afdeling van een bedrijf te veranderen door een lokale opinieleider te beïnvloeden. De derde stap is om de mensen in één stadswijk zich gezonder te laten gedragen, bijvoorbeeld door samen met huisartsen niet-roken de norm te maken op alle openbare plekken.’

U doet ook onderzoek naar ­gezondheidsongelijkheid. Wat is dat?
'Dat mensen met een lagere opleiding en een lager inkomen vaker ziek zijn en korter leven. Dat wisten we al langer. De vraag is: welke maatregelen werken om die ­verschillen te verkleinen? Daarvoor gaan we beleidsmaatregelen die in Nederland en andere landen genomen zijn, evalueren op hun effecten. Een voorbeeld: Nederland is in het begin van de jaren 2000 veel meer gaan uitgeven aan gezondheidszorg en bovendien is het verzekeringsstelsel drastisch gewijzigd met de basisverzekering. Wij willen onderzoeken of die maatregelen de gezondheidsongelijkheid vergroot of verkleind hebben.’

Is het alleen voor Nederland interessant?
‘Nee, onze ambities zijn internationaal. Hier vinden wel de onderzoeken plaats, maar de bedoeling is dat andere landen ook iets aan de resultaten zullen hebben. Stel dat zou blijken dat de verhoging van het eigen risico leidt tot grotere gezondheidsverschillen, dan is het aannemelijk dat dit ook opgaat voor andere landen met een dergelijk systeem.’ 


TEKST: Sjoerd Wielenga
FOTO: Marcel Bakker

Johan Mackenbach